Hoe werkt een warmtepomp?
Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron — buitenlucht, bodem of grondwater — en brengt die met een compressor op een hogere temperatuur, waarmee de woning wordt verwarmd. Het aantrekkelijke is dat hij warmte verplaatst in plaats van maakt: met één eenheid elektriciteit levert een warmtepomp onder gunstige omstandigheden drie tot vijf eenheden warmte. Die verhouding heet de COP, en hij is niet constant.
Dat laatste is de kern van de zaak. Het rendement daalt als het temperatuurverschil tussen de bron en de afgifte groter wordt. Een lucht-waterwarmtepomp die bij nul graden buiten water van vijfendertig graden maakt, is efficiënt. Dezelfde pomp die water van zeventig graden moet maken voor oude radiatoren, is dat niet, en dan wordt de elektriciteitsrekening onaangenaam.
Daarom is de vraag nooit ‘is een warmtepomp goed’ maar ‘is mijn woning er geschikt voor’. Dat hangt af van drie dingen: hoeveel warmte de woning verliest, hoe groot het afgifte-oppervlak is, en hoe laag de aanvoertemperatuur kan zijn. Een goed geïsoleerde woning met vloerverwarming is een ideale kandidaat. Een ongeïsoleerde jaren-30-woning met kleine radiatoren is dat niet, of alleen na aanzienlijke voorbereiding.
Welke typen zijn er?
- Hybride warmtepomp — een kleine lucht-waterwarmtepomp naast de bestaande gasketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het jaar, de ketel springt bij bij vorst en bij een grote warmwatervraag. Vraagt de minste aanpassingen en is daardoor voor veel bestaande woningen de haalbare stap.
- Volledig elektrische lucht-waterwarmtepomp — verwarmt de woning en maakt warm tapwater, zonder gas. Vraagt een goed geïsoleerde woning en een afgiftesysteem op lage temperatuur.
- Bodemwarmtepomp — onttrekt warmte aan de bodem via een gesloten lus of een open systeem. Hoger en stabieler rendement dan lucht, en geen buitenunit met geluid. Aanzienlijk duurder vanwege het boren, en soms vergunningplichtig.
- Lucht-luchtwarmtepomp — blaast warme lucht in de ruimte, in feite een airco die ook kan verwarmen. Geschikt voor één of enkele ruimtes, maakt geen warm tapwater.
- Warmtepompboiler — alleen voor warm tapwater, met warmte uit de binnenlucht of ventilatielucht. Een op zichzelf staande maatregel die goed te combineren is met zonnepanelen.
Wat moet er eerst gebeuren?
De belangrijkste voorbereiding is een warmteverliesberekening per ruimte. Daarin wordt berekend hoeveel warmte elke ruimte bij een bepaalde buitentemperatuur verliest, en wat het afgifte-element bij de beoogde aanvoertemperatuur kan leveren. Uit die vergelijking volgt wat er moet gebeuren: welke radiatoren te klein zijn, waar vloerverwarming zinvol is, en welk vermogen de warmtepomp moet hebben.
Zonder die berekening wordt er gegokt, en beide kanten van de gok zijn ongunstig. Een te kleine warmtepomp haalt de woning op koude dagen niet warm en laat een elektrisch element bijspringen, wat duur is. Een te grote warmtepomp schakelt vaak aan en uit, wat het rendement drukt en de compressor belast. Een installateur die zonder berekening een vermogen noemt, verkoopt een product en geen oplossing.
Verder is de volgorde van verduurzamen relevant. Isoleren vóór het plaatsen van een warmtepomp verlaagt de warmtevraag, en dus het benodigde vermogen én de gebruikskosten. In veel gevallen is de rendabelste route: eerst vloer-, dak- en glasisolatie, dan het afgiftesysteem geschikt maken voor lage temperatuur, en dan de warmtepomp. Wie het omdraait, koopt een groter en duurder apparaat dan nodig.
Geluid en de buitenunit
Een lucht-waterwarmtepomp heeft een buitenunit met een ventilator, en die maakt geluid. Voor het geluid van buitenunits van warmtepompen en airco’s bij woningen gelden geluidseisen op de perceelgrens, met een lagere norm in de nachtperiode. Dat betekent dat de plaatsing niet vrij is: de afstand tot de erfgrens, de richting van de uitblaas en de aanwezigheid van een reflecterende wand doen ertoe.
Neem dit serieus, ook los van de regelgeving. Een unit die onder de slaapkamerraam van de buren staat, is een van de meest voorkomende oorzaken van burenconflicten rond verduurzaming. Vraag de installateur om een geluidsberekening of om onderbouwing dat de opstelling aan de norm voldoet, en bespreek de plaatsing met je buren voordat het apparaat er staat. Een omkasting of een andere opstelplek is vooraf eenvoudig en achteraf een discussie.
Wat kost het?
Als grove marktindicatie kost een hybride warmtepomp geplaatst 6.000 tot 12.000 euro, een volledig elektrische lucht-waterwarmtepomp 12.000 tot 25.000 euro inclusief installatie en buffervat, en een bodemwarmtepomp met bronboring 20.000 tot 35.000 euro. Daar komen de kosten voor het aanpassen van het afgiftesysteem bij. Dit zijn oriëntatiebedragen en geen prijsopgave.
Voor warmtepompen bestaat de ISDE-subsidie via de rijksoverheid. De bedragen en voorwaarden veranderen jaarlijks, er gelden eisen aan het type toestel en aan wie het installeert, en de aanvraag moet op een bepaald moment worden gedaan — vaak na installatie, binnen een termijn. Kijk op de site van RVO wat er geldt op het moment van je aanvraag en laat de installateur bevestigen dat het gekozen toestel op de apparatenlijst staat.
Reken ook op mogelijke bijkomende kosten: het aanpassen van radiatoren, een buffervat en een warmwatervat die ruimte vragen, extra elektragroepen, en soms een verzwaring van de netaansluiting. Die laatste vraag je aan bij de netbeheerder en de doorlooptijd kan maanden zijn.
Waar let je op in de offerte?
- Is er een warmteverliesberekening per ruimte gemaakt? Vraag om het document. Dit is de belangrijkste vraag.
- Welke aanvoertemperatuur is uitgangspunt? En halen de bestaande radiatoren daarbij hun vermogen?
- Welk vermogen, en waarom dat vermogen? Onderbouwd, niet als vuistregel per vierkante meter.
- Waar komt de buitenunit, en is het geluid onderbouwd? Vraag om een berekening ten opzichte van de perceelgrens.
- Hoeveel ruimte vragen de binnenunit en de vaten? Een warmwatervat is groot; niet elke berging heeft plek.
- Is de elektrische installatie toereikend? Groepen, en of verzwaring bij de netbeheerder nodig is.
- Staat het toestel op de ISDE-apparatenlijst? En wie doet de aanvraag?
- Wordt de installatie ingeregeld en overgedragen? Vraag om een inbedrijfstellingsrapport met de instellingen en om uitleg over de bedrijfsmodus.
- Welke garantie en welk onderhoudscontract? Met wat er wel en niet onder valt.
Veelgemaakte fouten
- Een warmtepomp plaatsen zonder warmteverliesberekening. De belangrijkste oorzaak van een te grote of te kleine pomp en van een hoge elektriciteitsrekening.
- De volgorde omdraaien. Eerst isoleren en het afgiftesysteem aanpassen, dan de pomp. Andersom koop je een duurder apparaat dan nodig.
- De buitenunit plaatsen zonder aan geluid en buren te denken. Er gelden normen op de perceelgrens, en de sociale kosten zijn hoger dan de technische.
- Verwachten dat het net zo werkt als een gasketel. Een warmtepomp werkt met een lage, constante temperatuur. De thermostaat ‘s nachts flink verlagen en ’s ochtends opstoken kost meer dan het oplevert.
- De ruimte voor de vaten onderschatten. Een buffervat en een warmwatervat vragen samen aanzienlijke vloerruimte en hoogte.
- De netverzwaring te laat aanvragen. Dit blokkeert regelmatig een installatie die verder klaar is.
- De subsidievoorwaarden niet controleren. Eisen aan het toestel, aan de installateur en aan het aanvraagmoment veranderen jaarlijks; een fout hierin kost het volle subsidiebedrag.