Wat valt onder elektrawerk?
Elektra in een woning begint bij de meterkast, waar de aansluiting van de netbeheerder overgaat in jouw installatie. Daar zit de groepenkast met de automaten en de aardlekschakelaars, en daaruit vertrekken de groepen naar de rest van het huis. In de woning gaat het om de bedrading in wanden, vloeren en plafonds, de wandcontactdozen en schakelaars, de aansluitpunten voor verlichting en de vaste aansluitingen voor apparatuur zoals een kookplaat, een warmtepomp of een laadpunt.
Het is het onderdeel van een woning waar veiligheid en regelgeving het strakst samenkomen. Voor elektrische installaties in woningen geldt een norm — in Nederland de NEN 1010 — die eisen stelt aan onder meer aardlekbeveiliging, aarding, kabeldoorsnedes en de zones waarin welke apparatuur in een badkamer mag zitten. Die norm wordt periodiek herzien; werk dat vandaag wordt aangelegd, hoort te voldoen aan de versie die nu geldt.
In de praktijk komt elektrawerk in drie gedaanten voor. Uitbreiden: er moet een groep bij voor een inductiekookplaat, een warmtepomp of een laadpunt. Vernieuwen: een oude groepenkast zonder aardlekbeveiliging of met te weinig groepen wordt vervangen. En volledig aanleggen: bij nieuwbouw of een complete renovatie wordt de installatie van nul opgebouwd.
Wanneer is vernieuwen nodig?
Een aantal signalen wijst op een installatie die niet meer past bij het gebruik. Een groepenkast met slechts drie of vier groepen, zonder aardlekschakelaar of met de oude, grote smeltveiligheden. Stopcontacten met twee polen zonder aardcontact. Bedrading met een stoffen of rubberen mantel in plaats van kunststof. Stekkerdozen die overal aan elkaar zijn geknoopt omdat er te weinig stopcontacten zijn. En een automaat die met enige regelmaat uitvalt als je twee apparaten tegelijk gebruikt.
Van deze signalen is de aardlekbeveiliging de belangrijkste. Een aardlekschakelaar detecteert stroom die weglekt — bijvoorbeeld door een persoon — en schakelt de groep binnen milliseconden uit. Een installatie zonder aardlekbeveiliging is de belangrijkste reden om te moderniseren, ongeacht of er verder iets mis is. Het gaat hier niet om comfort maar om het verschil tussen een schok en een dodelijk ongeval.
Naast veiligheid speelt capaciteit. Een woning uit de jaren tachtig was ontworpen voor een fornuis op gas en een televisie. Een moderne woning heeft een inductiekookplaat, een oven, een vaatwasser, een wasmachine, een droger, en steeds vaker een warmtepomp en een laadpunt voor een auto. Dat vraagt niet alleen meer groepen maar soms ook een zwaardere netaansluiting, en die vraag je aan bij de netbeheerder met een eigen doorlooptijd.
Wat komt erbij kijken?
- Groepenkast — hoofdschakelaar, aardlekschakelaars en automaten per groep, en waar nodig overspanningsbeveiliging.
- Aarding — een deugdelijke aardvoorziening is de basis. Bij oudere woningen ontbreekt die soms of is hij aangesloten op een waterleiding die inmiddels van kunststof is.
- Groepen aanleggen — bedrading in buis of als installatiedraad, met de juiste doorsnede voor de belasting en de lengte.
- Wandcontactdozen en schakelaars — op de juiste hoogte, met voldoende aantal per ruimte.
- Badkamerzones — in een natte ruimte gelden beperkingen voor wat waar mag; hier gaat het bij zelfdoen het vaakst mis.
- Vaste aansluitingen — kookplaat, oven, warmtepomp, laadpunt, mechanische ventilatie.
- Data en netwerk — loze leidingen of netwerkkabel; goedkoop tijdens de bouw en duur erna.
- Meting en oplevering — het doormeten van de installatie en een verslag met de meetwaarden.
Wat kost het?
Als grove marktindicatie kost een nieuwe groepenkast 900 tot 2.500 euro, afhankelijk van het aantal groepen en van of de aarding moet worden vernieuwd. Een extra groep aanleggen kost doorgaans 250 tot 600 euro. Het volledig vernieuwen van de elektra in een woning ligt vaak tussen 4.000 en 12.000 euro, afhankelijk van omvang en of de wanden toch al open zijn. Een enkele wandcontactdoos bijplaatsen kost 100 tot 250 euro. Dit zijn oriëntatiebedragen en geen prijsopgave.
Wat de prijs bepaalt:
- Zijn de wanden open of niet. De grootste factor. Leidingen aanleggen in een gestripte woning is een fractie van het werk van inbouwen in bestaande, gestucte wanden.
- Aantal groepen. Elke groep is materiaal plus arbeid plus een leidingtracé.
- Staat van de aarding. Een nieuwe aardvoorziening aanleggen kan grondwerk betekenen.
- Zwaardere netaansluiting. Bij een warmtepomp met laadpunt is soms een verzwaring nodig; die vraag je aan bij de netbeheerder, met eigen kosten en doorlooptijd.
- Herstelwerk. Sleuven in wanden dichtzetten, stucwerk repareren en schilderen.
- Bereikbaarheid. Een houten vloer waar je onder kunt is prettig; een gietvloer op beton betekent een ander tracé.
Hoe verloopt het werk?
- Inventarisatie. De staat van de kast, de aarding en de bedrading, plus een inventarisatie van wat er nodig is per ruimte.
- Plan per ruimte. Waar komen de stopcontacten, op welke hoogte, hoeveel, en welke apparatuur krijgt een eigen groep.
- Aanvraag bij de netbeheerder, als er een zwaardere aansluiting nodig is. Doe dit vroeg; de doorlooptijd kan maanden zijn.
- Leidingwerk aanleggen. In open wanden, of met sleuven in bestaande wanden.
- Groepenkast plaatsen en aansluiten. Met een korte periode zonder stroom.
- Afmonteren. Wandcontactdozen, schakelaars en verlichting nadat het stucwerk klaar is.
- Doormeten. Isolatieweerstand, aardverspreidingsweerstand en het testen van de aardlekschakelaars.
- Oplevering met verslag. Een groepenverklaring in de kast en een meetrapport voor je dossier.
Waar let je op in de offerte?
- Wordt er gewerkt volgens de geldende NEN-norm? En krijg je een meetrapport bij oplevering?
- Hoeveel groepen, en welke krijgen een eigen aardlekschakelaar? Alles achter één aardlek betekent dat één storing het hele huis uitschakelt.
- Is de aarding gecontroleerd? En zo nodig vernieuwd?
- Zit herstel van wanden en stucwerk erbij? Sleuven maken is snel; dichtzetten en schilderen niet.
- Zijn er voldoende stopcontacten per ruimte? Loop het plan per kamer door; achteraf bijplaatsen is breekwerk.
- Worden er loze leidingen meegelegd? Voor data, een laadpunt of toekomstige verlichting. Tijdens de bouw bijna gratis.
- Is de badkamer volgens de zones uitgevoerd?
- Krijg je een groepenverklaring in de kast? Zodat je weet welke automaat bij welke ruimte hoort.
Veelgemaakte fouten
- Een oude installatie zonder aardlekbeveiliging laten zitten. Dit is geen comfortkwestie maar een veiligheidskwestie, en het is met een nieuwe groepenkast te verhelpen.
- Zelf klussen in een badkamer. De zones rond bad en douche bepalen wat waar mag; hier gaat zelfdoen het vaakst mis met reëel risico.
- Te weinig stopcontacten plannen. De meest genoemde spijt na een verbouwing. Denk per ruimte in gelijktijdig gebruik.
- Geen loze leidingen meeleggen. Een mantelbuis kost tijdens de bouw bijna niets en achteraf een dag breekwerk.
- Alles achter één aardlekschakelaar. Eén storing legt dan het hele huis stil, inclusief de vriezer en de cv.
- De netaansluiting te laat aanvragen. Een verzwaring bij de netbeheerder kan maanden duren; dat blokkeert een warmtepomp of een laadpunt.
- Geen meetrapport vragen. Bij een schademelding of bij verkoop is dat het enige bewijs dat de installatie is doorgemeten.